Nieuwe RIF-regeling officieel van kracht

15-11-2023

Demissionair minister Dijkgraaf ondertekende onlangs de nieuwe regeling Regionaal Investeringsfonds mbo 2024-2027. Inmiddels heeft de regeling de Staatscourant gehaald en dat is goed nieuws voor samenwerkingsverbanden in het mbo. Zij kunnen in januari weer een beroep doen op de subsidie. 

Op hoofdlijnen heeft het RIF in de jaren 2019-2023 goed gewerkt. Daar wordt in de regeling voor de periode 2024-2027 dan ook op voortgebouwd. Maar er zijn ook enkele belangrijke wijzigingen doorgevoerd. Zo kunnen pps’en uit Caribisch Nederland nu ook een aanvraag indienen en kent de regeling geen verplichte thema’s meer, met uitzondering van onderzoekend vermogen voor opschalers. Meer informatie over de aangepaste regeling lees je hier. Je vindt er ook de nieuwe aanleverformats voor de activiteitenplanning en begroting.

Minister Dijkgraaf schreef in zijn aanbevelingsbrief: "Nederland staat voor een groot aantal maatschappelijke opgaven op het gebied van klimaat - en energie, woningbouw, toekomstbestendige arbeidsmarkt in de zorg, kansengelijkheid (onderwijs, kinderopvang), veiligheid en digitalisering. Goede vakmensen zijn onmisbaar bij het realiseren van deze opgaven. Tegelijkertijd zijn er grote tekorten op de arbeidsmarkt en is het aantal openstaande vacatures historisch hoog (449.000). De vraag naar vakmensen is zeer groot. Vanwege het grote belang van goed opgeleide vakmensen voor de bovengenoemde maatschappelijke opgaven wordt het RIF hier sterker op gericht. Bij de beoordeling van de aanvraag wordt getoetst in hoeverre een aanvraag bijdraagt aan deze opgaven. Naar mate een aanvraag beter inspeelt op één van de maatschappelijke opgaven scoort deze hoger op de indicator ‘aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt." 

Instroom
Begin november maakte DUO de voorlopige instroomcijfers van het mbo bekend en daar is een sterke afname van het aantal bekostigde mbo-studenten te zien. Het totaal aantal studenten is gedaald met 10 duizend studenten, van 477 duizend tot 467 duizend studenten. Vooral het aantal studenten in de beroepsopleidende leerweg (BOL) is verminderd, en wel met 16 duizend studenten. Dit wordt deels gecompenseerd door een stijging met 6 duizend studenten in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL). De daling van het aantal mbo-studenten is zorgelijk, juist omdat er zo’n groot tekort aan vakmensen is en die zijn hard nodig om de transities aan te kunnen. Deze ontwikkeling onderstreept echter het belang van publiek-private samenwerking (pps) des te meer. Pps’en richten zich bewust niet alleen op de initiële in-,door- en uitstroom omdat we het daarmee in het licht van alle tekorten niet gaan redden. Daarom is er naast aandacht voor ‘kiezen’ (vergroten instroom) juist ook veel aandacht voor anders leren, werken en innoveren. Met de bedoeling om de arbeidsproductiviteit van mensen te vergroten en slimmere werkprocessen te ontwikkelen om zo met minder mensen meer te bereiken.

 

0